Een albino is een organisme met een aangeboren ontbreken van ➛pigmenten in de huid.
Het kleurt daardoor naar de inwendige stoffen, bij gewervelde dieren roodachtig wit, met rode ogen, vanwege het rode bloed. Ook bij vissen komt dit voor, en sommige vissoorten worden er op gekweekt, bijvoorbeeld de albinovorm van ➛Epalzeorhynchos kalopterus. In de natuur hebben albino dieren een veel kleinere kans van overleven, reden waarom dit zelden voorkomt. Ook het omgekeerde, zwartkleuring of melanisme, komt voor.
Monotypisch geslacht van ➛waterplanten uit de familie van de ➛Droseraceae. Vleesetende waterplanten met als enige soort A. vesiculosa.
Watervliegenval
Verspreid over een groot deel van de wereld, maar ontbreekt in de Amerika's. Nergens in grote aantallen, voornamelijk in kleine plassen met geringe ➛stroming. Niet inheems in Nederland en België.
Onder het wateroppervlak drijvende stengelplanten zonder wortels, waarvan het oudste deel voortdurend afsterft. De transparant groene of geelgroene bladeren staan in kransen van 6 tot 9 bladslippen, met aan het einde een 3 tot 6 mm breed klauwvormig, dubbel blad met een gladde rand, als Venus' vliegenval, maar zonder de lange tanden. Wel is het omgeven door 4 tot 8 sprieten. Aan de binnenzijde van de klauw bevinden zich gevoelige haren, die het sluiten ervan stimuleren.
Hoogte tot 25 cm, breedte tot 40 mm.
Een wat lastige plant, die zonder aanvullend ➛koolzuur en ➛plantenvoeding geleidelijk achteruit gaat. Gevoelig voor veralgen. Bij lage temperaturen maakt de plant in de herfst winterknoppen (➛turionen) aan. In de tropen groeit de plant het hele jaar door.
Onder de 25° C vermeerdert de plant zich uitsluitend vegetatief. In warmer gebied produceert de plant één witte of licht paarswitte bloem. Afnemen van de spaarzaam aangemaakte zijtakken werkt het best.
Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.
Temperatuur: 10 tot 30° C
pH: 6-7 dH: 8-12 fH: 14-21 ppm: 130-200
Afrikaanse karperzalmen
Familie van karperzalmen uit de orde van de ➛Characiformes die uitsluitend in Afrika voorkomen.
Lichaamsvorm zeer gevarieerd, van slank en langwerpig tot ovaal rond. Als karperzalmen voorzien van een ➛vetvin. Veel vissen zijn weinig spectaculair gekleurd en hebben een opvallende zilverglans; de vinnen hebben een rode of lichtpaarse tint. Op de staartwortel is veelal een zwarte vlek aanwezig, vaak ook is er een meer of minder lange zwarte lengtestreep daarover tot in de staartvin.
Het eerder genoemde gemis aan opvallende kleuren verklaart waarschijnlijk de onbekendheid van de meeste van deze vissen bij veel aquariumhouders. Ook zijn er enkele wat minder zorgeloos te houden. Voor biotoopaquaria met een Afrikaans thema zijn ze evenwel een welkome aanvulling op de diversiteit.
Enkel de geslachten met kleiner blijvende soorten zijn van belang:
Alestes, ➛Alestopetersius, ➛Arnoldichthys, ➛Bathyaethiops, ➛Brycinus, Bryconaethiops, Hemigrammopetersius, Hydrocynus, ➛Ladigesia, ➛Lepidarchus, ➛Micralestes, Nannopetersius, ➛Phenacogrammus en ➛Rhabdalestes.