Monotypisch geslacht van karperzalmen uit de familie van de ➛Alestidae. De enige soort is de al vele tientallen jaren in de aquariumhobby bekende L. roloffi.
Inheems in tropisch West-Afrika in Sierra Leone, Liberia en Ivoorkust, in rivieren en beken in schaduwrijk bosgebied. Veel daarvan is door kap verdwenen.
Langgerekt, wat hoekig lichaam met driehoekige vinnen en een gevorkte staart. De kop heeft een hoekige onderkaak met een licht bovenstandige bek. Kleur vrijwel transparant bruingeel, met een goudkleurige lengtestreep ter hoogte van de wervelkolom. Rug- en staartvin oranjerood. De aanwezige vetvin is klein en kleurloos. Aarsvin bij mannen eveneens rood, vrouwen voller.
Lengte tot 32 mm.
Typische scholenvis, met minimaal acht exemplaren bijeen te houden om te voorkomen dat de dieren nog schuwer worden dan deze van nature al zijn. Een goede beplanting en drijfplanten of -bladeren dempen al te fel licht, ook een donkere bodem kan hierbij helpen, ook komen kleuren dan beter uit. Springen doen de vissen geregeld, dek het aquarium goed af.
Kweken gaat moeilijk, al komen nakomelingen soms spontaan voor. Zacht en wat zuur water zijn vereist. ➛Turfmolm op de bodem helpt de ➛zuurgraad te verlagen. Een kweekrooster is aan te bevelen, het betreft hier ➛eierrovers. Eieren worden nabij de bodem afgezet in fijnbladige planten als mos. Deze komen na maximaal drie dagen uit, de jongen zwemmen na nog een dergelijke periode vrij en kunnen het allerkleinste ➛jongbroedvoer worden gegeven.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 22 tot 30° C
pH: 5-7 dH: 0-12 fH: 0-21 ppm: 0-200
Een ernstig bedreigde soort. Koop bij voorkeur nakweek.
Klein geslacht van karperzalmen met 6 soorten uit de familie van de ➛Anostomidae.
Zuid-Amerikaanse kopstaanders uit het stroomgebied van de Amazone rivier en de Rio Orinoco, sterk verwant aan het geslacht ➛Anostomus. Langwerpige, stevige vissen met een in doorsnee weinig afgeplat lichaam. Als echte kopstaanders nemen de dieren een typische neerwaartse houding aan. Kop spits, met een bovenstandige bek, maar minder dan bij Anostomus. Ook is de snuit minder opwaarts gebogen.
De enige soort in de handel is Laemolyta taeniata.
Verspreiding onzeker, in ieder geval het centrale deel van de Amazone rivier, maar ook meer westwaarts in de Rio Guaporé en noordelijk in de Rio Orinoco. Aanwezig in een breed palet aan watertypes, zoals beken poelen, ondergelopen land, etc.
Lichaam als beschreven bij het geslacht. Over de zilverwitte kleur loopt een krachtige zwarte lengtestreep over het zwarte of donkerrode oog tot de staartvin. De rug heeft een brede bruin- tot zwartgrijze streep. Tussen beide is de huid goudgeel gekleurd. Evenals het oog kan ook de bek donkerrood zijn gekleurd. Het geslachtsverschil is onduidelijk, vrouwen zijn wat groter en steviger van bouw.
Lengte tot 28 cm.
Betrekkelijk vreedzame vissen, die ook in een gezelschapsaquarium zijn te houden. Voorwaarde is wel ze in een groep van 5 of meer exemplaren te houden; een enkeling wordt onverdraagzaam. Rustige medebewoners van vergelijkbaar formaat zijn aan te raden. Beperkte stroming en gedempt ➛licht vinden de dieren prettig. Een donkere bodem helpt ook en doet de kleuren beter uitkomen. Voer afwisselend met een mix van ➛dierlijk en ➛plantaardig voedsel.
De kweek is nog niet gelukt.
Geschikt voor aquaria vanaf 500 liter.
Temperatuur: 20 tot 28° C
pH: 4-8 dH: 0-18 fH: 0-32 ppm: 0-300
Deze toch al lang bekende vissoort wordt maar zelden in winkels aangetroffen.
Kopen: ok.