AtyidaeAtyoida pilipes

Atýidae

= afgeleid van Atya.

Grote familie van zoetwatergarnalen uit de infraorde van de ➛Caridea, met een verspreiding over alle tropische en gematigde werelddelen. Door geografische afzondering zijn vele soorten ontstaan, en zullen er vermoedelijk nog vele ontdekt worden in heel specifieke biotopen. Alle soorten leven voornamelijk van ➛detritus, ➛biofilm of plantaardig voedsel, al zullen vele ook dierlijk voedsel eten als de kans zich voordoet. De ➛rheofiele soorten hebben daartoe waaiervormige scharen, waarmee langsstromend kan worden uitgefilterd. Deze dieren hebben in de regel een voorkeur voor stromend water en zullen in het aquarium de uitstromer van een filter opzoeken. Hun lichaam vormt een gestroomlijnd geheel, waarbij ➛carapax en ➛abdomen vloeiend in elkaar verlopen.

Atyidae
Waaierhand van Micratya poeyi. © A. Bertrand

Wat betreft de kweek valt de familie in twee methoden te verdelen: de geslachten die uitsluitend in zoet water leven en slechts weinig grote eieren dragen en waarvan de jongen als garnalen het ouderdier verlaten; en de rheofiele soorten met veel zeer kleine eieren, waarvan de jongen, ➛zoea genaamd, meer als ➛plankton het leven beginnen en een ➛amfidrome levenscyclus doorlopen. In brak tot zout water ondergaan ze enkele vervellingen, om vervolgens als bijna volwassen dier terug te keren naar zoet.

Voor het aquarium zijn er in veel geslachten enkele tot zeer veel goed houdbare soorten te vinden:

Atya, ➛Atyaephyra, ➛Atyoida, ➛Atyopsis, ➛Australatya, ➛Caridina, ➛Halocaridina, ➛Jonga, ➛Micratya, ➛Neocaridina en ➛Potimirim.

Atyóida

= lijkt op Atya.

Klein geslacht van garnalen met 5 soorten uit de familie van de ➛Atyidae.

Wat grotere, ➛rheofiele garnalen waarvan de soorten elk ➛endemisch zijn gebonden aan een specifiek eiland of eilandengroep in de Stille Oceaan.

Lichaam robuust, maar slank, waarbij de ➛carapax en het ➛abdomen als één recht gestroomlijnd geheel zijn gevormd. Enkel de achterste drie ➛pleons vertonen een licht holle knik. Kop relatief klein, met kort gesteelde ogen. Poten wat steviger, maar niet opvallend. Deze soorten dragen de bij rheofiele soorten gebruikelijke waaierhanden.

Zoals vele geslachten uit deze familie spoelen ook van deze soorten de zeer kleine larven naar zee, om na enkele vervellingen als volwassen dier terug te keren naar de hoger gelegen delen van de geboorterivier. Enkel de soort A. pilipes wordt onregelmatig aangeboden.

pílipes

Newport 1847

Verspreiding van oostelijk Indonesië, Nieuw-Guinea, Filipijnen en vrijwel alle eilanden van Polynesië. Vrouwelijke dieren komen vrijwel uitsluitend voor in snel stromend water met een stenige bodem. Mannen daarentegen zoeken vaker rustiger, begroeid water op. Jonge dieren hebben eveneens een voorkeur voor begroeide gedeelten.

Atyoida pilipes
Atyoida pilipes. © ➛F. Schäfer

Lichaam als vermeld bij het geslacht en familie. Kleur troebelig wit transparant, met over de lengte meerdere rijen donkere vlekken met een roodbruine of blauwe glans. De grootte van die vlekken varieert, soms zijn ze met vlekken uit een naaste rij versmolten. Rug donkerder, als bepoederd. Ogen donkerrood tot -roodbruin. ➛Uropoden groot en doorzichtig.

Lengte tot 6 cm.

Rustige, enigszins schuwe dieren die bij voorkeur niet met al te drukke of agressieve vissen samenleven. Houdt deze sociale dieren bij voorkeur in een groep van minimaal 5 dieren. Stroming is, als voor alle waaierhand dragende garnalen, van belang. De garnaal leeft vrij lang, dieren worden soms meer dan 6 jaar oud. Te voeren met allerlei fijn zwevend voer, liefst van ➛plantaardige oorsprong, een enkele keer ➛dierlijk is geen probleem.

De kweek is nog niet gelukt.

Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.

Temperatuur: 22 tot 24° C

pH: 6-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Kopen: ok.