Larven van ➛kreeftachtigen uit de klasse van de ➛Malacostraca die een ➛metamorfose ondergaan om volwassen te worden. Dergelijke larven zijn in de regel zeer klein en leven als ➛plankton, zich voedend met ➛algen en ➛eencelligen.
➛Water dat een maximum zoutgehalte heeft van minder dan een half promille (0,5 ‰). Daarmee onderscheidt het zich van ➛brak en ➛zeewater.
Zoet water ontstaat door ➛destillatie, verdampen van zee- brak of zoet water, wat vervolgens weer als neerslag terugkeert op land. Daar verzamelt het zich in ➛grondwater, stroompjes en beken tot ➛rivieren en ➛meren, om uiteindelijk uit te komen in zee, als het onderweg niet alweer is verdampt.
Zoet water is van levensbelang voor alle op land levende ➛organismen, waartoe ook zoetwaterdieren en -planten behoren.