MbunaMegalamphodus bentosi

Mbuna

De naam die de lokale vissers geven aan kleine, meestal muilbroedende, ➛cichliden in het West-Afrikaanse Malawimeer. Deze leven vrij dicht nabij de oppervlakte, met name langs de met ➛aufwuchs begroeide rotsige oevers of tussen waterplanten. Daarmee onderscheiden ze zich van de ➛utaka.

Medicamenten

Geneesmiddelen

meebóldii

= naar de Duitse botanicus Meebold.

Lagenándra

méeki

= naar Amerikaans ichtyoloog Meek.

Thoríchthys

Meer

Brede watervlakte met een toevoer-, vaak ook met een afvoerrivier, en vrijwel altijd met ➛zoet water.

Meren kunnen daarom ook als een plaatselijke verbreding van een ➛rivier worden beschouwd. Meren zonder afvoerrivier kunnen sterk afwijkende ➛waterwaarden hebben, zoals het ➛Tanganyika- en ➛Malawimeer in de Afrikaanse Riftvallei, of de Dode Zee tussen Israël, Jordanië en Palestina.

Meervalachtigen

Siluriformes

Meervalachtigen en karperachtigen

Ostariophysi

Megalámphodus

= mogelijk verwijzend naar de grote fontanel.

Geslacht van ➛karperzalmen met ten minste 10 soorten uit de familie van de ➛Acestrorhamphidae.

Na enige tijd te zijn beschouwd als een synoniem voor ➛Hyphessobrycon, is na de grote herziening van de ➛Characidae in 2024 dit geslacht weer hersteld. Hierbij zijn meerdere oude bekenden weer teruggeplaatst.

Vissen met een langwerpig ovaal tot bijna rond lichaam, hoog en met sterk samengedrukte zijden, een ronde buiklijn en een relatief kleine kop, voorzien van een eindstandige bek. Evenals bij Hyphessobrycon een lange aarsvin van anus tot aan de staartvin, bij mannen vaak met verlengde voorste stralen.. Rugvin soms hoog, meestal met een zwarte vlek. Een schoudervlek is vaak aanwezig.

Meer informatie over verzorging, gedrag en kweek in het algemeen over karperzalmen via de link boven.

bentósi

Durbin 1908

Inheems in de Amazonerivier, 400 km voor de monding tussen de rio Trombetas en Tapajos, Zuid-Amerika. Daar zijn de dieren te vinden in zijarmen met trage stroming, te midden van stronken, wortels en takken en enige begroeiing.

Uiterlijk als beschreven bij het geslacht, lichaam hoog en wat gedrongen. Grondkleur rozebruin, enigszins transparant, met een vage schoudervlek. Vinnen rood of met rode accenten. Rugvin met een zwarte vlek en evenals buikvinnen en aarsvin met een witte punt.

Lengte ♀ tot 45 mm, ♂ tot 40 mm.

Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.

Temperatuur: 20 tot 28° C

pH: 5-8   dH: 0-18   fH: 0-32   ppm: 0-300

Kopen: ok.