StentorSterrenkroos

Sténtor

= naar de gelijknamige Griekse held.

Geslacht van eencellige dieren uit de stam van de ➛Ciliophora of trilhaardiertjes, vaak aangeduid met de naam trompetdiertjes.

Stentor
Kolonie van een Stentor soort. © ➛D.J. Saaltink

Die naam heeft betrekking op het tot 2 mm lange, hoornvormige lichaam als deze aan een ondergrond is vastgehecht, waarmee ze tot de grootste eencellige dieren behoren. Zwemmend sluit de trompetvormige opening zich en wordt het lichaam peervormig.

Stentor voedt zich met ➛bacteriën en ➛algen door deze uit het water te filteren met een krans van trilharen aan de rand van eerder genoemde opening. Bacteriën komen vooral voor daar waar ➛rotting plaats vindt, vanzelfsprekend treden ook deze dieren daar vaak op. Sommige soorten, zoals S. polymorphus, kunnen in symbiose met een alg van het geslacht Chlorella leven, en kleuren dan groen. Sommige soorten kunnen ➛cysten vormen om barre tijden door te komen.

Sterbladigenfamilie

Rubiaceae

stercusmúscarum

= vliegenpoep.

Craterocéphalus

Steriel

1. Onvruchtbaar, niet in staat tot ➛voortplanting;

2. Ontdaan van alle leven, zonder besmettingsgevaar; doel van ➛desinfecteren.

Sterkruid

Heteranthera

stérnicla

= mogelijk naar de gewelfde borst.

Gasteropélecus

Sterrenkroos

Callitriche