ProtozoaPsalidodon anisitsi

Protozóa

= oerdiertjes.

Verzamelterm voor een groep voornamelijk eencellige dieren zonder ➛taxonomische grondslag, vergelijkbaar met ➛Protista. Lange tijd is deze groep als een onderrijk van primitieve organismen uit het dierenrijk beschouwd, en als zodanig wordt de term nog veel gebruikt. Het is een op uiterlijke kenmerken gebaseerde indeling, waar de taxonomie (sinds het gebruik van ➛DNA-onderzoek) hoofdzakelijk wordt ingedeeld op basis van evolutionaire afstamming. Tegenwoordig wordt de term breder gebruikt, en slaat niet altijd zonder meer op dieren. Het gaat altijd om zelfstandig bewegende ➛eencelligen die zich (deels) voeden met externe voedselbronnen (heterotroof)

De Protozoa worden gezien als de oudste vormen van leven op de planeet en zijn vaak zeer gespecialiseerd met een daartoe sterk gecompliceerde lichaamsbouw. Daarmee vervullen ze alle wezenlijke levensfuncties als veel grotere organismen, maar dan binnen één of slechts een beperkt aantal cellen. De grootte van Protozoën varieert van enkele micrometers tot een millimeter.

Vele ➛ziekten worden door deze organismen veroorzaakt.

Stammen die onder de Protozoa vallen zijn de ➛Amoebozoa, Apicomplexa, ➛Ciliophora en ➛Flagellata. Daaronder bevinden zich zowel eencelligen als eenvoudige meercelligen organismen.

Psalídodon

= met schaarvormige tanden.

Uitgebreid geslacht van ➛karperzalmen met meer dan 50 soorten uit de familie van de ➛Acestrorhamphidae.

Kleine tot wat grotere scholenvissen uit Zuid-Amerika. Langgerekt lichaam, zijdelings tot sterk samengedrukt, vaak met een kloek voorkomen. Snuit afgerond met een eindstandige bek. Opvallend is de lange aarsvin met verlengde voorste vinstralen. Staartvin gevorkt.

Dit recent in het leven geroepen geslacht is het resultaat van een grootscheepse herziening van de familie van de karperzalmen, de ➛Characidae. De soorten komen van ➛Hasemania en ➛Hyphessobrycon, maar vooral van ➛Astyanax.

Zie voor de verzorging, het gedrag en de kweek de algemene omschrijving bij karperzalmen, zie de link bovenaan.

anisítsi

Eigenmann & Kennedy 1903

Roodvinzalm

Afkomstig uit het stroomgebied van de rio Paraná in Argentinië, ook nabij in Brazilië.

Psalidodon anisitsi
De roodvinzalm.

Lichaam zilverachtig, bij invallend licht soms met een weerschijn van tinten. Op de borstvinnen na zijn alle vinnen rood, maar niet tot de uiterste rand. Ook exemplaren met kleurloze rug- en buikvinnen komen voor. De vinnen aan de buikzijde kunnen wit gepunte voorste vinstralen hebben. D9-10, A20-21. Vrouwen steviger van vorm, mannen feller van kleur.

Lengte tot 45 mm.

Wat gevoelig voor mindere kwaliteit water. Kweekt zeer eenvoudig; jongen blijven nabij het oppervlak hangen. Snelle groeiers.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 18 tot 28° C

pH: 6-8   dH: 4-30   fH: 7-53   ppm: 70-500

Geen IUCN status.