NitrificatieNomorhamphus ebrardtii

Nitrificatie

Nitrificatie is de tweetrapsomzetting van ➛ammonium (NH₄⁺) in ➛nitraat (NO₃⁻). Daartoe wordt ammonium eerst omgezet in het voor planten en dieren giftige ➛nitriet (NO₂⁻) door een groot aantal soorten micro-organismen. Nitriet heeft echter maar een kort bestaan, want het wordt vervolgens vrij snel omgezet in de veel onschuldiger voedingsstof nitraat door weer andere micro-organismen.

In de natuur en in het aquarium is dit proces van groot belang in de ➛stikstofkringloop.

níx

= sneeuw.

Panáqolus

nóbilis

= volmaakt.

Cténops

Físsidens

nodósus

= knopig

Potamogéton

Nomorhámphus

= met een aangepaste bek.

Geslacht van geepachtigen met meer dan 20 soorten uit de familie van de ➛Zenarchopteridae.

Uitsluitend in zoet water levende halfsnavelbekken van ➛Sulawesi en de Filipijnen, met een snoekvormig, zeer slank en langwerpig lichaam. Als alle leden van de familie typische oppervlaktevissen, met de ongepaarde vinnen ver achterwaarts. Borstvinnen groot, als een vlindervleugel. Kop zeer spits, met buisvormig verlengde neusgaten. Nomorhamphus bezit, op een enkele uitzondering na, de kortste onderkaak, veelal voorzien van een krulvormig verdikte knop aan het eind. Deze onderkaak is meestal maar weinig langer dan de bovenkaak. Mannen zijn weinig tot veel kleiner dan vrouwen.

Nomorhamphus
Nomorhamphus: korte onderkaak met krul. © ➛A. Wagnitz

Alhoewel oppervlaktevissen, vertonen de soorten in dit geslacht zich ook geregeld in andere waterlagen, en voeden zich dan ook met ander prooien dan enkel op het water gevallen insecten.

Andersoortig gezelschap kan goed gaan, zolang deze niet te klein zijn, deze worden als voedselconcurrent beschouwt en verjaagt. Zeer kleine vissen en garnalen eindigen mogelijk in de maag. Bodemvissen vormen zelden een probleem.

Alhoewel ook wel algen worden gegeten vormen insecten op het oppervlak het belangrijkste aandeel in het voedselpakket. Nomorhamphus soorten eten echter een relatief groot aantal larven, kleine kreeftachtigen en waterinsecten. Ook droogvoer wordt gegeten, maar levende prooi heeft de voorkeur. Belangrijk is dat het droogvoer drijft.

Alle soorten zijn levendbarend. De draagtijd is 7 tot 8 weken, waarna 's nachts, verdekt tussen planten, tot 25 jongen met de staart eerst worden geboren. De snelle groeiers eten echter de kleinere jongen, zorg daarom voor voldoende plantendekking of scheid ze van elkaar voor een grotere opbrengst.

ebrárdtii

Popta 1912

Endemisch op Sulawesi.

Nomorhamphus ebrardtii
Nomorhamphus ebrardtii. © ➛A. Wagnitz

Vorm volgens de geslachtsbeschrijving. Meerdere lokale variëteiten. Lichaam meestal zilverwit, soms gelig of bronskleurig. Ongepaarde vinnen altijd rood, buikvinnen soms. Borstvinnen soms met rode rand.. Ook de krul aan de onderkaak kan rood zijn, soms ook de bovenkaak. Vrouwen missen de rode kleur meestal, soms wat flets rood in de ongepaarde vinnen.

Lengte ♀ tot 9 cm, ♂ tot 6 cm.

Verzorging, gedrag en kweek als bij het geslacht aangegeven.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 20 tot 28° C

pH: 6-9   dH: 4-12   fH: 7-21   ppm: 70-200

IUCN gegevens ontbreken.