KwelLabeo cyclorhynchus

Kwel, kwelwater

Grondwater dat omhoog komt in lager gelegen terrein, daar gekomen door ondergrondse stromen vanuit de hoger gelegen omgeving. Dit kan zich over vele kilometers voordoen.

Kwelwater heeft meestal een bijzondere kwaliteit, is ➛zuurstof- en voedingsarm, maar rijk aan ➛ijzer en ➛kalk. Dit is het gevolg van de lange tijd die het nodig heeft gehad om boven de grond te komen. In sommige gevallen kan dat eeuwen duren.

Ook langs dijken kunnen bronnen van kwelwater ontstaan.

kyathit

= naar het Burmese woord voor luipaard.

Dánio

L

Lábeo

= met grote lippen.

Groot geslacht van karpers met meer dan 100 soorten uit de familie van de ➛Cyprinidae.

Vissen met een langwerpig, torpedovormig lichaam, zijdelings weinig afgeplat. Soorten komen voor in Afrika en Azië in de stroming van grote rivieren en grote meren. Meerdere kleinere soorten zijn recent in het geslacht ➛Epalzeorhynchos geplaatst.

De slanke vissen hebben een spitse kop met een afgerond snuit, met daarin een onderstandige, wat achterwaarts geplaatste, spleetvormige bek, voorzien van twee paar ➛baarddraden. Rug- en staartvin zijn vrij groot. Het geslachtsonderscheid is lastig. Vrouwen zijn wat forser gebouwd dan mannen, met een rondere buiklijn.

Labeo's zijn voor het merendeel ongeschikt voor huiskameraquaria in verband met hun grootte en hun territoriale gedrag, dat met het ouder worden toeneemt. De kleinere soorten kunnen daarom uitsluitend als solitair worden gehouden, tenzij in een zeer groot aquarium. Reken voor ieder dier een vierkante meter territorium. Houdt de ingang van schuilplaatsen uit elkaars zichtlijn. Ook gelijkvormige vissen ondervinden agressie, kies eventuele medebewoners met zorg.

Als voedsel dienen in het wild algen, biofilm en allerlei daartussen levende kleine kreeftachtigen en larven. Gevoerd kan worden met een groot aandeel ➛plantaardig voer, afgewisseld met wat ➛dierlijk voer. Dit kan zowel ➛levend als in ➛diepvriesvorm.

Geen van de soorten is tot dusver in aquaria nagekweekt.

cyclorhýnchus

Boulenger 1899

Afkomstig uit het stroomgebied van de Congo rivier tussen beide Congo's en de Ogooué rivier in Gabon, in beschaduwde bosbeken met helder, bruin gekleurd water en dichte oevervegetatie.

Vorm als bij de geslachtsbeschrijving. Over de oranje- tot geelwitte huid en vinnen ligt een gemarmerd patroon van grijszwarte vlekjes, gegroepeerd tot grotere vlekken. Van alle vinnen zijn de voorste (buitenste) vinstralen grijszwart gekleurd.

Lengte tot 16 cm.

Verzorging en gedrag als bij het geslacht vermeld.

Geschikt voor aquaria vanaf 180 liter.

Temperatuur: 20 tot 27° C

pH: 6-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Kopen: ok.