RunderhartRutilus rutilus

Runderhart

Eiwitrijk voedseltype dat vooral populair is voor het groot brengen van jonge ➛discusvissen, al wordt ook andere vissen soms dit voer gegeven. Voordelen zijn een snelle groei en een betrekkelijk lage prijs. Dit voedsel is echter tevens omstreden.

Het eiwitgehalte in runderhart is hoog, rond de 70%, het vetgehalte is met 20% ook aan de hoge kant. De discussie richt zich vooral op een hoog gehalte aan collageen, een stof die zorgt voor de elasticiteit van de huid bij zoogdieren en ook botten, tanden, pezen en kraakbeen bestaan goeddeels uit deze stof.

Dit collageen zou voor vissen lastig te verwerken zijn en aan de darmwand blijven kleven, tenzij de temperatuur hoog genoeg is: liefst boven de 30°. Hierdoor wordt de spijsvertering overactief. Belangrijk is dat er wel voldoende ➛zuurstof in het water aanwezig blijft bij die hoge temperatuur, wat veel ➛waterwissels en ➛beluchting noodzakelijk maakt.

Het aan de darmwand plakkende collageen zou soms leiden tot verstoppingen, wat weer zou kunnen leiden tot een broedplaats voor darmflagellaten als ➛Hexamita en ➛Spironucleus, die normaal geen problemen opleveren, maar zich in die situatie explosief vermeerderen. Ook haarwormen uit het geslacht ➛Capillaria zouden een probleem kunnen vormen. Allemaal ziekten die vooral met discusvissen worden geassocieerd, veelal aangeduid met ➛bloat.

Veel hiervan is echter nog niet vastgesteld en vereist nader onderzoek.

rúngthipae

= naar Thais ichtyoloog Rungthip Plongsesthee.

Acantópsis

Rus

Juncus

Russenfamilie

Juncaceae

Rustperiode

Een uit de gratie geraakte element in de verzorging van een aquarium is het tegemoet komen aan de jaarlijkse periode van rust die alle planten en dieren nodig hebben. Dergelijke perioden vallen samen met een lagere temperatuur, verminderd voedselaanbod, en in gematigd klimaat een kortere ➛daglengte. In gematigde streken is die periode duidelijk: de winter. Maar ook in (sub)tropisch klimaat zijn er perioden aan te wijzen van beperkte activiteit en groei, in de regel voorafgaand aan het regenseizoen.

In die periode kan bijvoorbeeld de temperatuur omlaag worden gebracht naar de ondertemperatuur van de meest warmtebehoeftige soort in het aquarium. Het voeren kan worden beperkt tot één maal per dag, en kweekpogingen worden uitgesteld tot het voorjaar. Voor vissen uit gematigde streken kan een kortere daglengte worden geregeld. Deze periode valt waarschijnlijk het best vanaf november tot en met februari, waarin de dagen toch al korter zijn, temperaturen lager en levend voer meer werk vraagt om te vinden.

Blijft een dergelijke periode uit, dan kiezen planten en dieren zelf zo'n periode uit, mits ze daartoe de kans krijgen. Veel planten, vooral inheemse, kennen een natuurlijke rustperiode waarin ze vrijwel niet groeien of deels afsterven, om na enkele maanden weer voluit te gaan. Van de stekelbaars is bekend dat ze niet tot paren bereid zijn als ze geen vorstperiode hebben meegemaakt.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zoals in het geval van ➛seizoenvissen. Voor het welzijn van de meeste planten en dieren is een dergelijke periode daarentegen ten zeerste aan te raden.

Rútilus

= roodachtig.

Geslacht van karpers met ten minste 10 soorten uit de familie van de ➛Cyprinidae.

Grotere ➛scholenvissen met een verspreiding van West Europa tot oostelijk Siberië.

Slanke en langwerpige, zijdelings sterk samengedrukt spoelvormige vissen met een afgeronde, spitse kop en een eind- tot bovenstandige bek. De vinnen zijn afgerond, de staart is gevorkt. De kleur is meestal zilverwit glanzend met een bruine, groene of blauwe glans.

Als aquariumvissen niet bekend en door hun grootte ook weinig aantrekkelijk. In België en Nederland komt alleen de blankvoorn voor.

rútilus

Linnaeus 1758

Blankvoorn

Algemeen in Europa boven Pyreneeën en Alpen, tot in westelijk Azië. Ontbreekt in Schotland en Ierland. In Nederland mogelijk de meest algemeen voorkomende vis, die in vrijwel ieder type niet al te diep water veel is te vinden, ook ➛brak.

Rutilus rutilus
Rutilus rutilus. © ➛R. Vesters

Lichaam als bij de geslachtsbeschrijving. De gemiddelde lengte blijft in de regel steken op 30 cm. Lichaam egaal geelbruin zilverwit. Rug wat donkerder, soms blauwig. De bovenste irishelft is rood, de vinnen bruinig oranje, soms alleen aan de onderkant van het lichaam, al kunnen deze ook zeer bleek zijn.

Lengte tot 48 cm.

Vreedzame en sterke dieren, die echter al snel te groot worden voor een gemiddeld koud water aquarium in de huiskamer. De vissen leven in schoolverband, wat mede om een bovengemiddeld groot aquarium vraagt. Dieren kleiner dan 15 cm moeten bovendien volgens de wet worden teruggezet. Voor een korte periode een groep van 5 à 6 dieren in een wat kleiner aquarium houden voor educatieve doeleinden kan echter wel.

Geschikt voor aquaria vanaf 800 liter.

Temperatuur: 10 tot 26° C

pH: 6-7   dH: 8-18   fH: 14-32   ppm: 130-300