Dwergstekelbaarzen
Klein geslacht van baarsachtigen met 9 soorten uit de familie van de ➛Gasterosteidae.
Slank gebouwde stekelbaarzen met 8 tot 12 rugstekels, welke kunnen worden platgelegd, wat mogelijk is doordat de stekels als zaagtanden links-rechts zijn 'gezet'. Ook de buikvinnen bestaan uit slechts een tot stekel vergroeide vinstraal. Lichaam met hooguit enkele beenplaten op het achterlichaam, verder naakt. Het lichaam is spoelvormig met een zeer dunne staartwortel, de kop is vrij stomp met een bovenstandige bek.
De verspreiding beslaat de gematigde zone van het noordelijk halfrond. Met name te vinden in zoet water, al komen ook enkele in brak en zeewater voor.
Eenvoudig te houden en kweken vissen, bedenk echter wel dat er bedreigde of kwetsbare soorten zijn. In de handel worden ze niet aangeboden.
Tiendoornige stekelbaars
Deze vissen zijn op heel het noordelijk halfrond te vinden in allerlei stilstaand of langzaam stromend water met een goede begroeiing. In België en Nederland zeer algemeen.
Uiterlijk als vermeld bij het geslacht. Ondanks de naam kan het aantal rugvinstekels variëren tussen 8 en 12. De grondkleur is geelbruin met een donkerbruine ruglijn die naar de buik uitloopt in slingerende dwarsbanden. Tijdens de paai kleurt de buik van de man matzwart.
Lengte tot 7 cm.
Verzorging en gedrag als vermeld bij het geslacht. De vissen kunnen bij kamertemperatuur worden gehouden. Voeren kan met levend voer en na enige gewenning met diepvries- en droogvoer.
Voor de kweek is beplanting noodzakelijk, aangezien de man daarin een nest bouwt en dat fel verdedigd. Na de paring wordt de vrouw verjaagd. Het legsel wordt regelmatig bewaaierd met vers water. Met andere mannen wordt fel gevochten, met mogelijke schade tot gevolg. Het legsel komt na enkele dagen uit. Tot de jongen vrij zwemmen worden ze beschermd.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 10 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-30 fH: 0-53 ppm: 0-500
Groene ➛algen uit de stam van de ➛Chlorophyta die in vrijwel ieder aquarium aanwezig zijn op vele oppervlakken, met name ruiten die enige tijd niet zijn schoongemaakt. Amerikaanse hobbyisten maken onderscheid tussen twee varianten, de Green Dust Algae of GDA, en de Green Spot Algae of GSA. De dust-variant is te herkennen aan de groene waas die, met name dicht onder lampen, op ruiten en andere harde oppervlakken ontstaat. De spot-variant doet de naam eer aan door puntsgewijs op allerlei plekken op te duiken, ook op bladeren van traag groeiende planten.
GDA is een moeilijk uit te bannen algsoort, met name de wekelijkse ruitkrabsessie lijkt onvermijdelijk. Wordt, afgezien daarvan, meestal niet als erg problematisch ervaren en is makkelijk te verwijderen.
De GSA is vermoedelijk ook in ieder aquarium aanwezig en wordt een stuk minder gewaardeerd, vooral als trage groeiers als Anubias ermee bedekt raken. Verwijderen vraagt meer kracht en herhaald krabben. De bealging kan het gevolg zijn van een matige conditie van de plant, dus is gerichte ➛bemesting of een verandering van ➛licht mogelijk een oplossing.