Weinig geëvolueerd ➛organisme of groep organismen. Dit houdt in dat deze al gedurende lange tijd in dezelfde vorm voorkomen zonder verdere ontwikkeling, wat vaak blijkt uit fossiele vondsten. Competitief gezien gaat het om succesvolle soorten die zonder verdere aanpassingen toch goede overlevingskansen hebben. Met name onder reptielen komen veel primitieve dieren voor, zoals schildpadden en krokodilachtigen. Maar ook in de wereld van de eencelligen bestaan vele primitieve soorten, zowel dierlijk als plantaardig.
= afgeleid van Primula.
Sleutelbloemfamilie
Familie van kruidachtige planten uit de orde van de ➛Ericales. De verspreiding betreft voornamelijk het noordelijk halfrond. Planten met opgaande of liggende stengels, waaraan eenvoudig gevormde bladeren, meestal verspreid staand, al komen kransen en kruisgewijze bladstand ook voor.
Geschikte aquariumplanten zijn te vinden in de geslachten ➛Hottonia, ➛Lysimachia en ➛Samolus.
➛Neolamprologus brichardi
= zaagbrasem.
Klein geslacht van karperzalmen met 2 soorten uit de familie van de ➛Characidae.
Vrijwel doorzichtige, langgerekte karperzalmen uit Zuid-Amerika. Slanke vissen met een vrij forse buikpartij. De kleine kop heeft een bovenstandige bek. Vinnen transparant, met een zeer lange aarsvin, waarvan de voorste stralen zijn verlengd en blauwwit gekleurd. ➛Vetvin klein. Vrouwen zijn nog wat forser gebouwd en minder fel gekleurd, mannen hebben een meer verlengde rug- en aarsvin.
Vreedzame, weinig eisende vissen, zeer geschikt voor ➛starters in de hobby en voor het ➛gezelschapsaquarium. Houdt een school van minimaal acht dieren, zodat onderlinge twist niet uiteindelijk steeds bij de laagste in rang beland, mannelijke dieren kunnen onderling onenigheid vertonen. Pas wel op met grotere vissen uit dezelfde waterlaag, tegen welke ze het in de voedselcompetitie meestal af zullen leggen.
Behalve zwemruimte is beplanting om te schuilen van belang. Ook demping van het licht door ➛drijfplanten of -bladeren is gewenst.
Weinig kieskeurig met voedsel, mits niet te groot. Zowel ➛levend, ➛diepvries- als ➛droogvoer worden geaccepteerd.
De kweek is niet moeilijk en verloopt als beschreven bij de familie.
Cope 1870
Afkomstig uit het Amazonegebied, in zuidelijk Colombia, Ecuador, Peru, westelijk Brazilië en noordelijk Bolivia, vermoedelijk in kleine zijrivieren, beken, moerassen.
Lichaam als aangegeven bij het geslacht. Lichaam grotendeels transparant met een wat groene, lichtblauwe of paarse weerschijn. Staartwortel en staart helder transparant rood. Mannen met een donkere rand langs de verlengde, blauwwitte aarsvinstralen.
Lengte tot 6 cm.
Verzorging, gedrag en kweek als bij het geslacht vermeld.
Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-8 fH: 0-14 ppm: 0-130
IUCN gegevens ontbreken.