DraadalgenDracaena braunii

Draadalgen

Verzamelterm voor bruinig gele tot hardgroene, lange draadvormige ➛algen uit de stam van de ➛Chlorophyta. Veel soorten vallen onder de term, de meer bruingele soorten veelal van het geslacht Rhizoclonium, de groene Spirogyra. De lange draden vormen vaak harige concentraties die in de stroming meedeinen, glad en ordelijk naast elkaar, anders dan ➛kluwenalgen. Bovendien is groene alg altijd gehecht aan een stevige ondergrond, bijvoorbeeld planten of hout. Vaak blijven gasbellen in de lagen hangen en komen de algen aan de oppervlakte. De algen groeien zeer snel en kunnen door hun massale aanwezigheid de meestal toch al niet sterke planten geheel overwoekeren.

Draadalgen
Draadalgen kunnen een bak in enkele dagen vol groeien.

Aanwezigheid van draadalgen duidt op een tekort aan één of meer voedingsstoffen. Houdt vooral in de gaten of de echte waterplanten goed groeien en bemest, indien niet, deze bij met sporenelementen. Ook een tekort aan CO₂ kan het probleem zijn. Meestal is dat te zien aan ➛biogene ontkalking. Als de planten dan nog niet aanslaan kunnen ook nitraat- en fosfaattoevoeging worden overwogen.

Mechanisch verwijderen gaat over het algemeen makkelijk met wikkelen om een houten stokje. Na afloop kunnen eventuele, uit de verstrikking geredde, planten worden teruggezet.

Draaikevers

Gyrinidae

Draaikolkschijfhoorn

Anisus vortex

Draaikolkschijfhoorn.

Anisus vortex

Drácaena

= vrouwelijke draak.

Omvangrijk geslacht van planten met ten minste 70 soorten uit de familie van de ➛Asparagaceae.

Eenzaadlobbige planten met een afwijkende groeiwijze.

Het geslacht is vooral bekend van de kamerplanten die ruim 100 jaar al menig huiskamer sieren, en de in Zuid-Europa voorkomende drakenbloedboom D. draco. Het drakenbloed wijst op de rode hars die bij schade de wond afdekt. Het betreft alle sterke planten die met weinig licht toe kunnen. De groeikracht blijkt uit de wijze van verhandelen: stukken stam worden gedroogd en wereldwijd verstuurd, waarna deze worden opgepot in vochtige grond. Vervolgens lopen deze stammen weer uit.

Deze stammen zijn meestal taai en vlezig, maar worden steviger bij de grotere soorten, en opvallend getekend door de ogen van afgevallen bladeren. Bladeren parallel generfd, zittend in een krans, langwerpig spoelvormig, met punt, opwaarts gericht, maar voor de helft teruggebogen. Randen gaaf, soms licht golvend.

Alhoewel planten uit dit geslacht soms ten onrechte als aquariumplant worden aangeboden, is toch één soort niet ➛ongeschikt, ondanks dat deze geen water- of moerasplant betreft. Dat is de soort D. sanderiana, bekend onder de handelsnaam 'Lucky Bamboo'.

bráunii

Engler 1879

Oorspronkelijk komt deze plant uit Centraal Afrika, waar het in de schaduw van hogere planten staat, zonder direkt zonlicht.

Dracaena braunii
Dracaena braunii

Groei als vermeld bij het geslacht. Bladeren frisgroen, de stam varieert van licht- tot grasgroen.

Hoogte tot 1 m, breedte tot 30 cm.

Weinig eisende plant, die veel voedingsstoffen verbruikt en daardoor een zuiverend effect op het water heeft. Ook deze soort kan met weinig licht toe, maar veel licht is geen probleem. Direct zonlicht op emerse bladeren kunnen echter tot verbranding leiden. Gevoelig voor hoge stikstofgehalten. ➛CO₂ en voeding verbeteren de groei. Zowel geheel als gedeeltelijk onder water te gebruiken. Goed alternatief voor echte bamboe, die zonder behandeling onder water gaat rotten. Vraagt met een aquariumkap echter geregelde snoei.

Uit de knopen ontsproten zijtakken kunnen bij voldoende lengte worden afgenomen en opnieuw geplant.

Geschikt voor aquaria vanaf 30 liter.

Temperatuur: 15 tot 27° C

pH: 6-7   dH: 4-30   fH: 7-53   ppm: 70-500

De plant wordt bijna overal aangeboden onder het synoniem D. sanderiana.