CaquetaiaCaquetaia myersi

Caquetáia

= naar de Rio Caquetá.

Klein geslacht van cichliden met 3 soorten uit de familie van de ➛Cichlidae.

Roofzuchtige cichliden uit het ➛Amazonegebied. Lichaam ovaal, met een grote, spitse kop. Bek vrij laag geplaatst, betrekkelijk diep ingesneden, eindstandig en zeer ver uitstulpbaar. Rug- en aarsvin verdeeld in een hard- en weekstralig deel. De eerste is lang, maar lijkt door de lange kop vrij ver naar achteren te staan, de tweede een stuk korter. Staartvin rond waaiervormig. Buikvinnen spits, reiken tot even naast de aarsvin. Mannen zijn groter, feller van kleur, vrouwen met meer afgeronde rug- en aarsvin.

Ondanks de grootte vrij rustige, soms zelfs wat schuwe dieren. Onderlinge agressie is echter niet ongebruikelijk. Deze vissen zijn het best af zijn met een bodem van fijn zand en veel schuilmogelijkheden. Dat kan met hout, stenen en planten. Niet te fel licht heeft de voorkeur. Zorg tevens voor een geregelde waterwissel en goede filtering, de vissen eten veel en produceren navenant uitwerpselen. Al te kleine medebewoners eindigen mogelijk als maaltijd.

In het wild hinderlaagrovers die tussen planten hun prooi afwachten, om deze met een korte uithaal te bemachtigen. Door de bek daarbij uit te stulpen wordt veel water opgezogen, bij voorkeur met prooi en al. Het water wordt via de kieuwen weer afgevoerd. In het aquarium te voeren met wat grover levend voer, als garnaal- en visvlees, krekels en droogvoer.

Kweken is niet moeilijk, voorwaarde is een goed passend kweekkoppel: deze vissen zijn kieskeurig in de partnerkeuze. Een gangbare methode is een dergelijk koppel uit een groep van drie jonge mannen en vrouwen te laten ontstaan. Productieve substraatleggers, die meerdere honderden eieren leggen. Bij gebrek aan een platte steen kan een kuil worden gegraven. Deze worden vervolgens naar een schuilplaats gebracht. De ➛broedzorg duurt tot de jongen al enige tijd vrij rondzwemmen en met een nieuw legsel wordt begonnen. Jongen kunnen vanaf het vrij zwemmen met ➛jongbroedvoer met Artemia grootte worden gevoerd. Voor een hogere opbrengst is het aan te raden de grotere jongen van de kleinere te scheiden in verband met kannibalisme.

kráussii

Steindachner 1878

Oorspronkelijk inheems in rivieren en meren aan de westkant van Colombia en Venezuela, In de jaren '70 geïntroduceerd in het veel oostelijker gelegen Venezolaanse Valenciameer en de Rio Orinoco.

Uiterlijk naar de geslachtsbeschrijving. Grondkleur gelig wit met daarover een bruinige goudkleur. Typerend aan de dwarsbanden is dat deze in zes tweetallen staan, waarbij de ruimte er tussen wat donkerder kleurt dan de rest van het lichaam. Deze dwarsstreeptekening is meer aanwezig dan bij de andere soorten. Vrij hoog op de derde is soms een zwarte vlek aanwezig, als bij C. spectabilis, evenals een zwart en goudkleurige vlek op de staartwortel. Beide maken deel uit van een meestal afwezige lengtestreep. Op de rand van de kieuwdeksel is zijn vaak twee, soms met elkaar verbonden zwarte vlekken aanwezig.

Lengte ♀ tot 22 cm, ♂ tot 25 cm.

Verzorging, gedrag en kweek als de andere soorten. De afzet kan tot 1500 eieren bedragen.

Geschikt voor aquaria vanaf 500 liter.

Temperatuur: 24 tot 28° C

pH: 6-8   dH: 8-18   fH: 14-32   ppm: 130-300

Ook soms nog te vinden als Petenia en Cichlasoma kraussii.

Kopen: ok.

mýersi

Schultz 1944

Inheems in Colombia, in het stroomgebied van zowel de Amazone rivier, de Rio Putumayo en de Rio Napo.

Caquetaia myersi
Caquetaia myersi. © ➛F. Ingemann Hansen

Op de grauwwitte basiskleur zijn de flanken bruinig goudgeel, waarbij soms vele schubben een metaalblauw vlekje hebben. Tot 9 dwarsbanden, de meeste in de regel vaag, op nr. 2 en 4 na, die diep zwart zijn. Deze halen rug en buik net niet. Ook over het verder rode oog loopt met een boog een verticale dwarsstreep. Vinnen merendeels kleurloos, met in rug-, aars- en buikvinnen metaalblauwe streepjes en stippen.

Lengte ♀ tot 25 cm, ♂ tot 27 cm.

Verzorging, gedrag en kweek als bij de geslachtsomschrijving. Tot 700 eieren worden gelegd, die na 4 dagen uitkomen. Nog eens 5 dagen later zwemmen ze vrij rond.

Geschikt voor aquaria vanaf 500 liter.

Temperatuur: 24 tot 28° C

pH: 6-8   dH: 0-8   fH: 0-14   ppm: 0-130

Hier en daar nog als Petenia myersi of Caquetaia amploris vermeld.

Kopen: ok.