Kleine familie van aalvormige, langwerpige vissen uit de orde van de ➛Gymnotiformes, alle uit Zuid-Amerika. Het lichaam eindigt in een zeer dunne, soms zweepachtige punt en hebben geen of alleen een zeer kleine staart. Ook rug- en buikvinnen ontbreken. Voor voortbeweging beschikken ze over een zeer lange anaalvin aan een gespierde huidplooi. De kop is stomp of van een snavelachtige snuit voorzien. Als alle leden van genoemde orde beschikken deze typische nachtdieren over elektrische organen voor communicatie en opsporen van prooien.
Voor het aquarium geschikte dieren zijn in de geslachten ➛Gymnorhampichthys, Hypopygus, Rhamphichthys en Steatogenys te vinden.
Groot geslacht van kevers met ruim 80 soorten uit de familie van de ➛Dytiscidae.
Uitstekende zwemmers, die ook vliegend aardig vooruit komen. Op land maken ze een onhandige indruk. Deze insecten en hun ➛larven leven van de jacht op insectenlarven en kleine ➛kreeftachtigen, exemplaren groter dan zijzelf schuwen ze daarbij niet. De larven verpoppen in een gegraven hol op de oever.
De verspreiding van deze kevers beslaat het noordelijk halfrond, waar ze voorkomen in uiteenlopend water, van kleine plasjes en volgelopen sporen tot plassen, meren en sloten.
Algemeen in Nederland, in België als kwetsbaar beschouwd.
Lichaam en kleur als beschreven bij het geslacht. Onderkant geheel donkerbruin tot goudgeel, borststuk enkel een donkere band langs de dekschilden, geen tekening.
Lengte tot 8 mm.