Klein geslacht van ➛karperzalmen met 2 soorten uit de familie van de ➛Characidae.
Vrijwel doorzichtige, langgerekte karperzalmen uit Zuid-Amerika. Slanke vissen met een vrij forse buikpartij. De kleine kop heeft een bovenstandige bek. Vinnen transparant, met een zeer lange aarsvin, waarvan de voorste stralen zijn verlengd en blauwwit gekleurd. ➛Vetvin klein. Vrouwen zijn nog wat forser gebouwd en minder fel gekleurd, mannen hebben een meer verlengde rug- en aarsvin.
Verzorging, gedrag en kweek als beschreven onder karperzalmen via de link boven. Pas wat op met grotere vissen uit dezelfde waterlaag, tegen welke ze het in de voedselcompetitie meestal af zullen leggen.
Afkomstig uit het Amazonegebied, in zuidelijk Colombia, Ecuador, Peru, westelijk Brazilië en noordelijk Bolivia, vermoedelijk in kleine zijrivieren, beken, moerassen.
Lichaam als aangegeven bij het geslacht. Lichaam grotendeels transparant met een wat groene, lichtblauwe of paarse weerschijn. Staartwortel en staart helder transparant rood. Mannen met een donkere rand langs de verlengde, blauwwitte aarsvinstralen.
Lengte tot 6 cm.
Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-8 fH: 0-14 ppm: 0-130
IUCN gegevens ontbreken.
Afkomstig uit de benedenloop van de Rio Paraná in Paraguay.
Minder transparant dan P. filigera, met een bruinig grijze tint, waarover een groene glans ligt. Vanaf de kieuwdeksel achterwaarts een onvolledige goudgele streep met erboven een zwarte.
Lengte tot 5 cm.
Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 5-8 dH: 0-12 fH: 0-21 ppm: 0-200
IUCN status ontbreekt. De soort is uiterst zelden in de handel te vinden.
Klein geslacht van ➛karperzalmen met 3 soorten uit de familie van de ➛Acestrorhamphidae.
De enige soort die in de aquariumwereld al vele decennia bekend is is P. maxillaris. Een zeer populaire vis die in grote hoeveelheden uit grote kwekerijen in Azië en Europa komt. ➛Wildvang is zeldzaam.
Afkomstig uit Zuid-Amerika, langs de kust van Venezuela tot noordelijk Brazilië. In het droge seizoen in kleine rivieren, tijdens de moesson in ondergelopen velden, meestal in grote ➛scholen.
Typische karperzalmen met een lepelvormig lichaam, een kleine, wat stompe kop met een bovenstandige bek. Vrijwel doorzichtig, grijsbruin gekleurd. Aarsvin lang, van de buik tot aan de staartvin, met verlengde voorste vinstralen. Vinnen afgerond. rug-, aars- en buikvinnen aan de basis geel en met een witte punt, daartussen zwart; staart helderrood, evenals de kleine vetvin. Vrouwen wat groter en duidelijk steviger van bouw, mannen kleurrijker.
Lengte ♀ tot 45 mm, ♂ tot 35 mm.
Zacht water geeft bij de kweek betere resultaten. Zeer productieve soort die tot 500 eieren afzet.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 22 tot 28° C
pH: 6-8 dH: 0-30 fH: 0-53 ppm: 0-500
De soort is lang bekend geweest als P. riddlei.
Kopen: ok.