Klein geslacht van ➛karperzalmen met 7 soorten uit de familie van de ➛Stevardiidae.
Zuid-Amerikaanse karperzalmen uit de onderfamilie van de Glandulocaudinae, alle afkomstig uit helder, stromend water in zuidelijk Brazilië. Deze vissen planten zich voort middels een vorm van interne ➛bevruchting, al is nog niet geheel duidelijk hoe dit plaatsvindt. Ook beschikken de vissen over een ➛accessoire ademhalingsorgaan even boven de kieuwen, dat hen in staat stelt atmosferische lucht in te nemen.
Slanke en langwerpige, levendige ➛scholenvissen, zijdelings afgeplat. Kop vrij klein en stomp, de onderkaak soms met scherpe opwaartse knik, met een bovenstandige bek. De rugvin staat vrij ver naar achteren. Dit alles wijst op een leven aan het wateroppervlak. De aarsvin is lang en beslaat de achterste helft van het lichaam. Staart gevorkt. Vetvin aanwezig. Vrouwen zijn steviger en soms groter dan mannen, die weer intenser zijn gekleurd.
Zie de algemene beschrijving over het houden van karperzalmen via de link boven. Waak voor al te hoge temperaturen. De accessoire ademhaling maakt ook het produceren van de knorrende of kwakende geluiden mogelijk. Deze doen zich voor bij opwinding en de balts. In de natuur leven de dieren bijna exclusief van (land)insecten, maar zijn verder niet moeilijk met ander ➛dierlijk voer, zelfs een klein aandeel ➛plantaardig wordt gegeten.
De kweek verschilt wat betreft moeilijkheid per soort. Houdt per soort de maximum temperatuur aan. Een paarlustig stel zondert zich van de groep af, waarna de balts aan het wateroppervlak plaats vindt. Hierbij cirkelen de dieren dicht om elkaar heen, met merkwaardige bewegingen. Onduidelijk is hoe de zaadoverdracht plaatsvindt. De ➛incubatie varieert per soort, van één dag tot drie weken. Deze worden aan de onderkant van grootbladige planten afgezet, maar ook een ➛kweekmop wordt gebruikt. ➛Eierrovers. Eieren komen na één tot drie dagen uit, de jongen zijn erg klein. Voeren kan het infusoriën. De productie is niet erg hoog, 75 tot 100 jongen kan als een goed resultaat worden beschouwd.
Zelden aangeboden vissen.
Afkomstig uit de rio Paraná op de grens tussen Brazilië en Argentinië.
Zilverwit, naar de rug bruingeel. Over het midden loopt vanaf de onderkaak een brede blauwzwarte lijn kaarsrecht tot op het midden van de staartvin, daarboven een rozige lijn. Rug- en aarsvin door een zwartige band gedeeld, blauwwit aan de buitenzijde. Vetvin soms opvallend blauwwit. Vrouwen missen de blauwe kleur.
Lengte tot 45 mm.
Wat gevoeliger soort. Incubatie 2 tot 3 weken. Eieren komen na uiterlijk 4 dagen uit.
Geschikt voor aquaria vanaf 60 liter.
Temperatuur: 18 tot 23° C
pH: 6-7 dH: 8-12 fH: 14-21 ppm: 130-200
Kopen: ok.