BarioBario sanctaefilomenae

Bário

= een bedachte naam zonder betekenis.

Klein geslacht van ➛karperzalmen met 10 soorten uit de familie van de ➛Acestrorhamphidae.

Recent in het leven geroepen geslacht, waarvan meerdere soorten voorheen onder het geslacht ➛Hemigrammus, ➛Moenkhausia en Tetragonopterus, vielen. Lichaam langwerpig en hoekig ovaal, zijdelings sterk samengedrukt. Opvallend is daarbij de gezette buiklijn die achterwaarts lang rechtuit loopt, met als gevolg een forser voorkomen dan familiegenoten. Snuit daardoor stomper, met een kleine, eindstandige bek. Ook bij deze karperzalmen is enkel de aarsvin lang, de staartvin gevorkt. Een vetvin is aanwezig. Opvallend is de bijna altijd helderrode bovenkant van de iris en de goudgele vlek op staartwortel. Meerdere sterk gelijkende soorten.

Bijzonder levendige vissen die de voorkeur geven aan de middelste en onderste waterlaag. Zie voor verzorging, gedrag en kweek de algemene beschrijving onder karperzalmen (link boven).

cósmops

Lima, Britski & Machado 2007

Enkel bekend in de Braziliaanse staat Mato Grosso, in het stroomgebied van de Rio Paraguay en de Rio Tapajós. Altijd nabij begroeiing of oevervegetatie.

Afwijkend van de ander soorten, door de helderblauwe iris, de ontbrekende gele vlek op de staartwortel en de rode bovenlip. Ook de bouw is wat afwijkend en komt meer met andere karperzalmen overeen, minder fors. Op de staartbasis is wel een ronde zwarte vlek aan het einde van de brede zwartbruine lengtestreep. Boven deze laatste loopt een licht beigegele band. De bovenste lichaamshelft heeft soms een paarsige weerschijn.

Lengte tot 6 cm.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 22 tot 28° C

pH: 5-7   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

In het Engels bekend als 'lipstick tetra'.

Kopen: ok.

oligolépis

Günther 1864

Inheems in Venezuela en Frans Guyana, in de langzaam stromende delen van rivieren en ondergelopen land.

Uiterlijk bijna identiek aan B. sanctaefilomenae en wordt daarmee ook vaak verward. Vaak is een onscherpe schoudervlek zichtbaar, die bij laatstgenoemde ontbreekt. Tijdens de paai kleuren bij mannen de vinnen roodachtig. Aangegeven grootte wordt zelden behaald; 5 cm is meer gebruikelijk.

Lengte tot 10 cm.

Geschikt voor aquaria vanaf 180 liter.

Temperatuur: 24 tot 28° C

pH: 5-8   dH: 0-12   fH: 0-21   ppm: 0-200

Kopen: ok.

sánctaefiloménae

Steindachner 1907

Roodoogtetra

Wijd verspreid in Brazilië, Paraguay en oostelijk Bolivia en Peru, in helder water, vaak onder uitgestrekte velden met drijfplanten en een bodem vol ➛Echinodorus. Meldingen uit Argentinië betreffen B. australis.

Bario sanctaefilomenae
Bario sanctaefilomenae. © ➛C.K. Yeo

Vorm wat rechthoekig, met een gelig grijze parelmoerglans. De zwart randen op de schubben zorgen voor een nettekening. Staartwortel goudgeel, met een diepzwarte staartvinbasis. Vinnen verder kleurloos. Het oog is felrood aan de bovenzijde. Vrouwen wat voller.

Lengte tot 7 cm.

Bewoers van de middelste en onderste waterlaag. De kweek is niet moeilijk. Jongen houden zich dicht bij de bodem op en lijken licht te vermijden. De groeisnelheid wisselt.

Geschikt voor aquaria vanaf 100 liter.

Temperatuur: 20 tot 26° C

pH: 6-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

Kopen: ok.