LimnophytonLimnopilos naiyanetri

Limnóphyton

= moerasplant.

Klein geslacht van waterplanten met 3 soorten uit de familie van de ➛Alismataceae.

Rizoom vormende planten met opgerichte bladeren, verspreid van West-Afrika tot in Indonesië. Bladeren langgerekt ellips- tot lintvormig, gepunt, met een duidelijke hoofdnerf, overige nerven netvormig.

flúitans

Graebner 1908

Afkomstig uit Nigeria, Kameroen en Equatoriaal-Guinea in West-Afrika, in snel stromend, ondiep en helder water.

Limnophyton fluitans
Limnophyton fluitans

Groeit volgens de geslachtsbeschrijving. Bladstelen tot een derde van de bladlengte. Doorzichtig flessengroen. Bij lager water gaan de lange bladeren tegen het wateroppervlak drijven.

Hoogte tot 1 m, breedte tot 50 cm.

Een zelden aangeboden, zeer moeilijke en grote plant, waarvan maar zeer de vraag is of deze geschikt voor het aquarium.

Onduidelijk hoe de plant behalve uit zaad vermeerderd kan worden, vermoedelijk door het rizoom te delen.

Geschikt voor aquaria vanaf 180 liter.

Temperatuur: 26 tot 30° C

pH: 5-6   dH: 0-4   fH: 0-7   ppm: 0-70

Limnópilos

= moeras minnend.

Klein geslacht van krabben met 4 soorten uit de familie van de ➛Hymenosomatidae.

Zeer kleine krabbetjes uit Zuidoost-Azië. De carapax is rond, met en vrijwel vlakke bovenkant. De acht looppoten zijn in verhouding lang en over de gehele lengte voorzien van lange, stijve haren. De scharen staan op vrij lange armen en zijn zelf kort, maar robuust uitgevoerd. Vaak is één groter. De soorten verschillen onderling niet veel. Vrouwen zijn van mannen te onderscheiden door het rondere abdomen, dat aan de achterkant onder de carapax is gevouwen. Deze is bij vrouwen ronder, bij mannen puntiger.

naiyanétri

Chuang & Ng 1991

Endemisch in de Tha Chin rivier in Thailand, 200 km ten noorden van Bangkok.

Limnopilos naiyanetri
Limnopilos naiyanetri

Lichaam als beschreven bij het geslacht. De grootste soort. Aangegeven grootte is met poten. Kleur meer of minder bruinig zilvergrijs. Aan de randen wittig.

Lengte tot 25 mm.

Wat schuwe, en zeker niet agressieve nachtdieren, die ook in het ➛gezelschapsaquarium geen probleem vormen, mits met rustige en vreedzame medebewoners. Zorg voor dekking, in ieder geval met een dichte beplanting en eventueel hout, en houd de verlichting niet te fel. In de natuur leven deze krabben vaak tussen drijfplanten. Houd ook de stroming beperkt, en dek de invoer van een filter zodanig af dat de dieren niet hierin kunnen worden gezogen. De krabben leven hun hele leven onder water en hebben geen neiging om het aquarium te verlaten, zoals met veel andere krabben het geval is. De levensduur bedraagt ongeveer 12 tot 18 maanden. Gevoelig voor hoge nitraatwaarden, plaats ze daarom niet in een pas ingerichte bak.

De dieren leven, net als garnalen, van allerlei organisch afval, liefst plantaardig. Daarbij helpen de haren op de poten bij het verzamelen van zwevend materiaal. Voeren kan met allerlei zinkend voer, liefst ook van plantaardige oorsprong. Ook algen worden graag gegeten.

Kweken is mogelijk, maar het grootbrengen van de jongen is tot op heden niet gelukt. Deze sterven in de regel voor de negende dag. Mogelijk heeft dit met de waterwaarden te maken, maar waarschijnlijker is het ontbreken van het juiste voedsel.

Geschikt voor aquaria vanaf 10 liter.

Temperatuur: 22 tot 27° C

pH: 6-8   dH: 4-18   fH: 7-32   ppm: 70-300

IUCN status ontbreekt.